Blogs

Wie ben ik?

Ik was een heel gewoon Nederlands meisje, uit een heel doorsnee Nederlands gezin. Ik had een zus, een vader die altijd werkte en een moeder die thuis was voor de kinderen. Heel gewoon dus. Althans, dat dacht ik...

Created with Sketch.

Op een dag zei mijn beste vriendinnetje tegen me: “Ik zie niet eens meer dat je Chinees bent’. Chinees?! Ik?! Tja, als ik in de spiegel keek zag ik een klein tenger meisje met twee zwarte vlechtjes, donkerbruine ogen en een gelige huidskleur. Maar ik was toch ‘gewoon’ Nederlands? Ik sprak Nederlands als moedertaal en woonde in een heel Nederlands dorp waar de meeste mensen blonde haren en blauwe ogen hadden. Omdat ik altijd had gewoond in deze omgeving zag ik mijzelf als een van hen. 

Tot dus die dag waarop mijn vriendinnetje me aan het denken bracht met een voor mij onverwacht compliment. De eerste gedachte die het in mij opriep was ‘huh? Ben ik anders dan jij? Ik dacht dat ik precies hetzelfde was!’ Een beetje beduusd nam ik het compliment van haar aan. Natuurlijk zag je niet dat ik Chinees was, toch? Want Chinees zijn was iets waar ik me diep van binnen eigenlijk voor schaamde. Ik snapte niet zo goed waarom dat zo was, maar ik wilde maar één ding: net als de rest zijn. 

Ik “vergat” de opmerking en pas tijdens mijn studietijd in de grote stad Amsterdam plopte hij op een dag terug naar mijn bewustzijn. Ik zeg “vergat” tussen aanhalingstekens, want ik denk achteraf dat het eerder zo was dat ik de opmerking heel diep had weggestopt. Ergens was het al die tijd aan me blijven knagen. Er klopte iets heel erg niet aan dit “compliment”. Ik probeerde de vinger op de zere plek te leggen en stelde mezelf vragen als: Hoezo is het niet zien van iemands ras/ huidskleur/ origine een compliment? En wat bedoelde ze nou eigenlijk met het ‘niet zien’? 
 
 Ik ontdekte dat ik me schaamde voor mijn oorsprong omdat ik geen enkel positief rolmodel in mijn dagelijkse leven kende. De enige Chinees die in mijn jeugd af en toe langs kwam was de karikatuur in het schooltoneelstuk met de typisch Chinese strohoed en aangeplakte vlecht, of een onderdanig schuifelende Chinese bediende in een of andere Westernfilm. In de jaren waarin ik opgroeide was China als land nog erg achtergesteld en had op het wereldtoneel geen enkele rol van belang. 

Ik heb mij door dergelijke (goed bedoelde) opmerkingen erg niet-gezien gevoeld, en kreeg impliciet de boodschap dat mijn oorsprong zoveel mogelijk geassimileerd moest worden met de blanke omgeving waarin ik opgroeide. Het is niet voor niets dat ik pas in het multiculturele Amsterdam ging voelen waar de schoen wrong. Voor het eerst voelde ik mij ‘opgaan’ in het straatbeeld. Voelde ik me geen bezienswaardigheid. In deze omgeving ervoer ik het soms juist als een pré om een Chinese afkomst te hebben. Voor het eerst mocht mijn origine ‘gezien’ worden en was het een reden voor mijn omgeving om mij juist interessant en leuk te vinden.

Misschien herken jij ook wel dat je omgeving op een bepaalde manier naar jou kijkt. Voel je dat je straatgenoten, je vrienden, of collega’s op het werk jou in een bepaald hokje stoppen en jou niet zien voor wie je bent. Misschien heb jij ook de neiging om te filteren wat je wel en niet vertelt en draag je voor je gevoel vaak een masker. 


Het is voor je eigen ontwikkeling goed om dit soort gevoelens te onderzoeken. Kijk eens terug naar welke keuzes jouw ouders hebben gemaakt qua woonbuurt, school, vervolgopleiding, hobby’s, vrienden. Van daaruit ga je beter begrijpen wat jou gevormd heeft en kun je gaan werken aan de innerlijke conflicten die er uit voort gekomen zijn. Wil je dat ik je daarbij help? Meld je dan hier aan en ik help je verder.

**

Mijn moeder en ik

Of je nu een goede band hebt of niet, het is voor ieder van ons een thema dat diep raakt. De band met onze moeder kent vele fases. Ik weet nog hoe ik me als jong kind één voelde met haar. Hoe ik me als schoolkind zorgen over haar maakte. Hoe ik haar als tiener soms haatte. Hoe ik me als student los maakte van haar. En hoe schuldig ik me voelde toen ik haar als jongvolwassenen plotseling verloor. 

Created with Sketch.

Mag ik wel mijn eigen weg gaan?


Het loskomen van je moeder kan een worsteling zijn. Voor sommige vrouwen is het een bijna onmogelijke opgave. Geldt dat voor jou, weet dan dat je niet de enige bent. Weet dat het logisch is dat je je eenzaam, verdrietig of gefrustreerd voelt. Dat het als een dilemma kan voelen om los te willen komen. Bestaat zoiets eigenlijk wel, hoor ik je denken. Mag ik wel mijn eigen weg gaan? Laat ik haar dan niet in de steek? 

Ook ik kwam meerdere keren in mijn leven in die spagaat. Ik weet nog heel goed hoe ik als kleuter gevoelsmatig zo’n eenheid was met mijn moeder, dat ik heel verontwaardigd reageerde toen ze op een dag vroeg: “Hoe was het op school?” Wat was dat voor vreemde vraag, dacht ik. Maakte zij dan niet alles mee wat ìk had meegemaakt?! Op die dag kwam ik erachter dat we twee autonome entiteiten waren. Het kwam als een schok en het voelde als een groot verlies.

Als basisschoolkind was ik erg aan mijn moeder gehecht. Ik hing het liefst aan haar rokken en verschool me achter haar tengere figuur. Ook maakte ik me regelmatig erge zorgen over haar. Ze was ziek, had chronische astma. Dat betekende dat ze vaak nachtenlang half rechtop in bed hing, happend naar adem. Ik wilde haar graag helpen en het lichter voor haar maken, maar dat kon ik niet. Ik voelde me machteloos. Ik hield me overeind door haar zo goed en zo kwaad als het ging te steunen. Dat deed ik door ‘s nachts ingespannen te luisteren naar haar ademhaling. Ik hield mijn slaapkamerdeur op een kier en die van mijn ouders ook. Zo kon ik precies horen wanneer het gesteun en gepiep luider en alarmerender werd. Als ik het niet meer kon verdragen en meende dat mijn moeder het niet meer aankon, sprong ik uit mijn bed en liep naar haar toe. Dan schudde ik haar kussens op en aaide zachtjes over haar rug. Dat vond ze altijd fijn. Na verloop van tijd hoorde ik aan haar ademhaling dat ze kalmeerde en begon weg te doezelen. Als ik dacht dat ze genoeg gekalmeerd was sloop ik weer naar mijn eigen bedje toe. 

Als tiener ging het met haar gezondheid iets beter, waardoor ze in haar goede periodes altijd klaar zat met een kopje thee en een koekje als we thuiskwamen uit school. Na een half uurtje trok ze zich dan terug om zich op haar eigen bezigheden te richten. Dat was het signaal dat ik aan mijn huiswerk moest. Meestal trok in dan stiekem eerst een zak chips open. Pas als die leeg was vertrok ook ik naar mijn kamer. Ik heb het grote geluk gehad dat mijn moeder mij en mijn zus de ruimte gaf om onze weg te gaan. Ik mocht allerlei sporten doen die ik wilde, ik mocht twee instrumenten bespelen, ik mocht zelfs kamperen op Vlieland met schoolvriendinnen. 

En toch knaagde mijn geweten aan mij. Ik voelde me schuldig dat ik mijn eigen gang ging en er steeds minder vaak voor haar was om haar vermoeide rug en haar ijskoude voeten en kuiten te masseren. Het geknaag zorgde er voor dat ik ineens overvallen kon worden door een gevoel van chagrijn. Er leek dan niet altijd een aanwijsbare aanleiding voor mijn gevoel van boosheid, maar ik reageerde mijn ongemak af op mijn moeder. Zij was immers het meest nabij, letterlijk en figuurlijk. Mijn wisselende stemming resulteerde geregeld in ruzie. Dan trok mijn moeder (terecht) een grens en stuurde me naar mijn kamer. Op zulke momenten haatte ik haar. Ik had vreselijke zelfmedelijden en dacht ‘wacht maar tot ik ineens dood neerval, dan zal ze pas spijt krijgen dat ze mij zo hard heeft aangepakt!’ Ik wachtte dan net zolang op mijn kamer tot mijn boze bui wat gezakt was en kwam weer tevoorschijn alsof er niets gebeurd was. 

Toen ik ging studeren en daarvoor naar de ‘grote stad’ Amsterdam verhuisde, ontmoette ik mensen met voor mij nieuwe culturele en religieuze achtergronden. Ik begon me te interesseren voor de Islaam en langzaam groeide het besef dat ik een heel ander pad zou inslaan. In relatie tot mijn moeder kreeg ik steeds vaker het gevoel dat ik minder mezelf kon zijn. Dat mijn nieuwe inzichten en gedachten niet werden gewaardeerd. Ik ging filteren en zat telkens te wikken en wegen wat ik wel en niet zou vertellen. Ik wilde voorkomen dat ik haar zou teleurstellen, haar bewijzen dat ik nog steeds haar dochter was en zielsveel van haar hield. 

Achteraf gezien is dit de fase geweest waarin ik mij emotioneel heb losgemaakt van mijn moeder. Ik heb toen leren omgaan met de wetenschap dat ik haar teleurstelde in mijn keuzes, niet voldeed aan haar verwachtingen. Ik heb leren omgaan met mijn eigen gevoelens van verdriet, teleurstelling en frustratie, zodat ik toch vol overtuiging vanuit mijn eigen visie mijn pad kon bewandelen.

Aan het eind van mijn studietijd heb ik nog het initiatief genomen om een jaar lang samen naar Tai Chi les te gaan. Het was een fijn jaar waarin we elkaar regelmatig zagen en genoten van onze moeder-dochter band. Op een gegeven moment was ik echter zo bezig met mijn eigen leven dat ik besloot om te stoppen met de lessen samen. Ik vond het teveel gedoe, telkens op en neer met bus en trein. Ik was druk met mijn tweede baan die veel van me vergde. Mijn moeder zei er niets van. Ging alleen door met de lessen. Ik hield er een knagend schuldgevoel aan over, dat definitief werd toen ze plotseling overleed vlak voor haar zestigste jaar.

Een cliënt vertelde me eens dat ze merkte dat ze altijd sterk de neiging had gehad om haar moeder tegemoet te komen en haar eigen mening liet ondersneeuwen. Ze liep constant op eieren, durfde nooit te zeggen wat ze dacht en slikte meestal haar woorden in. Haar onzekerheid klonk door op het werk, waar ze zich altijd onzichtbaar maakte. Ze raakte op den duur oververmoeid en voelde zich voortdurend tekort schieten op haar werk en naar haar moeder toe. Tijdens onze gesprekken besefte ze zich dat ze haar hele leven bezig was geweest haar moeder te ‘pleasen’, waardoor ze haar eigen wil en mening was kwijtgeraakt.

Achteraf gezien besef ik mij dat mijn moeder zich volledig weggecijferde, zoals alleen een moeder dat voor haar kinderen kan doen. Groot is dan ook mijn bewondering voor haar, nu ik zelf moeder ben, en dit besef in volle omvang tot mij doordringt. Ondanks mijn frustratie en de strijd om erkenning, overheerst het gevoel van dankbaarheid voor de ruimte die ze mij heeft gegeven om ondanks onze verschillende inzichten, mijn eigen weg te gaan. 

Misschien voel jij die dankbaarheid ook, maar zit je tegelijkertijd in een moeder-dochter-relatie die heel moeizaam aanvoelt. Misschien heb je een moeder die nog altijd wil domineren en bepalen hoe jij als dochter je leven leidt. Of een moeder die met al haar goede bedoelingen de autonomie en daarmee het levensgeluk van jou als dochter in de weg staat.

Weet dat het een enorme opluchting kan zijn om erover te praten. Niet persé om de band met je moeder te veranderen. Maar om je te helpen waarderen waarom het je zo raakt. En om te bepalen op welke manier je meer jouw eigen weg kunt bewandelen. Wil jij mijn hulp hierbij? Laat dan hier je naam en telefoonnummer achter en ik help je verder.

**











Enge dingen toch doen

 

Toen ik 16 was besloot ik op een dag: ‘Als ik verder wil komen in het leven zal ik meer van mezelf moeten laten zien’. Ik was verlegen, vrij introvert en hielp tijdens het schooltoneelstuk het liefst achter de schermen mee. 

Created with Sketch.

In die jaren was mijn lievelingsboek het verhaal van ‘Kees de jongen’ van Theo Thijssen. Het gaat over een Amsterdamse jongen uit een middenstandsgezin aan het begin van zijn pubertijd, die ervan droomt dat zijn verborgen kwaliteiten worden ontdekt. In het boek blijft Kees echter hangen in fantasieën over hoe zijn leven had kunnen zijn. Zelf kreeg ik steeds sterker het gevoel dat ik meer gezien wilde worden. En ik ontdekte dat ik daar zèlf alle verschil in kon maken. Langzaam maar zeker ben ik tijdens mijn middelbare school en mijn studietijd uit mijn schulp gekropen. Ik genoot van mijn nieuwe koers. Ik merkte dat hoe meer ik van mezelf liet zien, des te vaker mensen zich uitgenodigd voelden om ook iets van zichzelf te laten zien.  

Aanvankelijk heb ik die verandering vooral aan de binnenkant gemaakt. Groot was namelijk de verbazing bij mijn ouders toen ik thuiskwam met het verhaal dat ik bedrijfstrainer wilde worden. ‘Huh?” Was hun reactie. “Maar dan moet je toch voor een groep mensen een verhaal gaan staan houden?” vroegen ze. Dat is toch niks voor jou?! 

Ik kreeg regelmatig goede reacties als ik mezelf liet zien. Toen ik tijdens een sollicitatie benoemde dat ik klamme handen had van de zenuwen, werd dat oprecht gewaardeerd en werd ik aangenomen. Tijdens mijn eerste baan ging ik met knikkende knieën de confrontatie aan met een senior collega, omdat ik me zo verschrikkelijk stoorde aan zijn manier van samenwerken met mij. De collega was oprecht geraakt door mijn boodschap (en de emoties die ik daarbij had) en ik voelde me sterker dan ooit. 


Een paar jaar na mijn bekering besloot ik met angst en beven om voor het eerst een hoofddoek te dragen op straat. Ik was zo doodsbang voor afwijzing! Maar het enige dat gebeurde was dat ik me zo sterk voelde als een beer, alsof ik de hele wereld in mijn eentje aankon. Een loden last viel van mij af. Ik had een eind gemaakt aan mijn ‘schizofreen makende’ leefstijl. Ik had gekozen, en dat werkte bevrijdend. 


Mijn innerlijke kompas is met de jaren steeds sterker geworden. Hoe ziet jouw kompas er op dit moment uit? Weten waar je nu staat is altijd een goed begin. Want pas vanuit de erkenning en herkenning in het heden kun je jezelf gaan ontwikkelen. Bij die ontwikkeling kun je misschien wel wat hulp gebruiken. Want wanneer heb je nu de rust om te ontdekken wat jouw waarden zijn, wat er echt toe doet voor jou en welke barrières er zijn? Dat is mijn werk als life coach. Ik kan je helpen om op koers te blijven op de weg naar meer levensgeluk en je steunen in het proberen, ervaren en voelen wat er daarbij allemaal op je afkomt. 


Verlang jij er ook naar om je eigen barrières te kunnen doorbreken, vanuit een sterk innerlijk kompas? Zoek jij iemand die jou met empathie meeneemt in dit proces, je focust, met je samen de diepte in gaat, en je vervolgens coacht om de regie te nemen over je leven? Stuur me dan een PM of reageer in de comments, dan neem ik contact met je op voor een kennismakingsgesprek. 


 




 

Je wilt het niet, maar toch staat je geloof op de ‘backburner’ 

Ik weet als geen ander hoe je als moslima kunt worstelen met het combineren van alle rollen die je op je denkt te moeten nemen. Vaak gaan daardoor vragen over het geloof op de ‘backburner” omdat je niet weet hoe je aan de antwoorden moet komen. 

Created with Sketch.

 Je bent daarin zeker niet de enige, getuige de drie vragen die ik bij mijn life coaching klanten steeds terug zie komen. 

 

Hoe kan ik alle ballen in de hoogte houden? 

 

De eerste vraag gaat over het gevoel van het nooit helemaal goed te doen. Dat je vindt dat je op het werk meer mee moet doen, dat je thuis geestelijk teveel afwezig bent en je ouders zich verwaarloosd voelen. 

 

Het antwoord is: Sta stil, leg alle ballen even rustig op tafel en bekijk ze van een afstandje. Pas als je durft stil te staan bij wat er allemaal speelt, kan je de chaos in je hoofd gaan stroomlijnen. Kun je inzien tot waar jouw invloed reikt, en waar hij ophoudt. Vanuit deze ‘pas op de plaats’ kun je keuzes te maken, waardoor je meer rust gaat ervaren en helderheid in je hoofd krijgt om de voor jou juiste focus te kiezen. 

 

Hoe geef ik mijn geloof weer meer ruimte? 

 

De tweede vraag gaat over het geloof. Veel vrouwen voelen op dat gebied uitstelgedrag en vragen zich af hoe ze dat kunnen doorbreken. 

 

Het antwoord is: Je hebt allerlei plannen voor jezelf (en anderen!) maar blijft ze maar voor je uit schuiven. Je wilt jezelf verbeteren en investeren in jezelf maar neemt de stap niet. Wat houd je tegen? Te weinig tijd, geld, energie? Of is het eerder dat je meer moed en lef nodig hebt? Pas als je bij je eigen kracht kunt komen, kun je jouw persoonlijke visie gaan ontwikkelen. Want dat heb je nodig om te voelen waar je de dingen eigenlijk echt voor doet. Onderweg zal je mogelijk belemmerende patronen van denken, voelen en doen tegenkomen, die jouw uitstelgedrag op een dieper niveau verklaren. Door deze patronen te ontdekken en onder de loep te nemen, ga je ontdekken wat je nodig hebt om je oude patroon te doorbreken. 

 

Hoe kom ik erachter wie ik ben en wie ik wil zijn? 

 

De derde en meest diepe vraag is wie jij nu echt bent als dienaar van Allah. Ik geef dan altijd de volgende overweging mee: 

 

Jouw Schepper heeft je in aanleg fantastische mogelijkheden meegegeven om je te redden in dit leven op aarde. Als we geboren worden zijn we nog zwak en kwetsbaar en is er nog niets te zien van die enorme potentie. Gaandeweg breng je jouw unieke potentie tot ontwikkeling, eerst met behulp van je ouders/verzorgers, familie, school, buurt, later neem je hier zelf een actievere rol in. Je kiest een opleiding, bijbaantje, werk, een levenspartner, een plek waar je gaat wonen, een vriendenkring, nevenactiviteiten, hobby’s. Allemaal factoren die kunnen bijdragen aan het ontplooien van jouw God gegeven potentie. Dat jij je bezig houdt met jouw weg te bewandelen, dat is jouw opdracht. Je hoeft je niet bezig te houden met het resultaat van je inspanningen. Dat resultaat ligt namelijk niet in jouw handen, maar in handen van Allah. Dat is jouw lot, jouw Qadr. Ook al heb je 2 masterstudies gedaan, 3 bijbaantjes, 4 nevenactiviteiten, het resultaat dat je daarmee bereikt is niet altijd die felbegeerde baan, die mooie carrière, dat hoge salaris, dat maatschappelijke aanzien. Soms worden we plotseling ziek, nemen we de zorg van onze zieke ouder op ons, of verliezen we ineens een belangrijke steunpilaar in ons leven. Als we hierdoor onze dromen niet waarmaken, voelt dat vaak als falen. 


 Als je anders leert kijken naar wat er op je pad komt, kun je andere patronen, bedoelingen en dromen gaan ontdekken. Durf je te gaan nadenken over nieuwe dromen en hoe je die droom kan vertalen naar de realiteit zodat je er handen en voeten aan kan geven. Je zal merken dat je met deze nieuwe handen en voeten dichter staat bij wie je bent en wie je wilt zijn.